De wereld groeit niet eindeloos verder
Volgens Duchâtelet nadert de wereldbevolking haar historisch hoogtepunt. Als het gemiddelde aantal geboorten per vrouw wereldwijd tussen 2026 en 2050 zou dalen naar 1,5, zou de wereldbevolking rond 2050 uitkomen op ongeveer 8,5 miljard mensen. Dat zou meteen ook het maximum zijn. Indien dat cijfer daarna verder daalt naar 1,3 en daar blijft, zou de wereldbevolking tegen 2100 zelfs terugvallen naar ongeveer 4 miljard inwoners, terwijl dat vandaag nog 8,3 miljard is. Elke nieuwe generatie zou dan aanzienlijk kleiner worden dan de vorige, met grote gevolgen voor economie, zorg en arbeidsmarkt.
Een economisch systeem dat nog maar net bestaat
Duchâtelet benadrukt dat ons huidige economische model verrassend jong is. Betaald werk per uur ontstond pas begin 20ste eeuw. Daarvoor werkte het merendeel van de bevolking in de landbouw of werd men betaald per geproduceerd stuk, zoals bij wevers en ambachtslui. In 1910 bedroegen belastingen slechts 5 procent van de economische waarde die ondernemers en werknemers samen creëerden, vandaag is dat ongeveer 55 procent.
Ook de sociale zekerheid – met pensioenen, ziekteverzekering en werkloosheidsuitkeringen – bestaat pas sinds na de Tweede Wereldoorlog, amper zo’n 80 jaar geleden. Hij vergelijkt het met de volledige 12.000 jaar menselijke beschaving: betaald werk ontstond dan slechts 15 minuten geleden en sociale zekerheid amper 10 minuten geleden. Toch steunt vandaag bijna onze volledige herverdeling van welvaart op dat systeem.
Pensioenen worden vandaag betaald, niet gespaard
Volgens Duchâtelet leeft nog altijd het misverstand dat er ergens een grote pensioenpot bestaat waarin jarenlang wordt gespaard voor later. Dat is niet het geval. De pensioenen van vandaag worden betaald met de bijdragen en belastingen van de mensen die vandaag werken. Er wordt dus niet structureel “gespaard” voor toekomstige generaties; alles wat binnenkomt, wordt meteen opnieuw uitgegeven. Dat maakt het systeem bijzonder kwetsbaar wanneer er steeds minder actieve werkenden zijn en steeds meer gepensioneerden bijkomen.
Hij verwijst daarbij ook naar het Zilverfonds, dat ooit werd voorgesteld als een reserve voor toekomstige pensioenen om het probleem van de financiering van de pensioenen op te lossen, maar in 2016 in stilte werd opgedoekt omdat het een lege doos bleek te zijn.
Duchâtelet stelt daarom openlijk de vraag of overheden en zelfs de Nationale Bank zich niet vergissen in de betaalbaarheid van onze pensioenen. Zijn antwoord is duidelijk: ja. En zijn conclusie is helder: de grote uitdaging van de toekomst is niet langer groei organiseren, maar leren omgaan met krimp.