“Ik heb mijn overleden oma gesproken. Ze stond aan mijn bed en zei me dat mijn tijd nog niet was gekomen.”
Vijf jaar geleden was Sint-Truiden wereldnieuws. Oorzaak: dat venijnig SARS-CoV-2 vleermuisvirus dat was overgewaaid uit het Chinese Wuhan. Gevolg: 32 coronapatiënten in het Sint- Trudoziekenhuis op 22 maart 2020 van wie 9 op intensieve en een maand later al 75 overlijdens. Vier Truienaars hebben het van véél te dichtbij meegemaakt: Annemie Vanderheyden (60 jaar) begeleider in de kinderopvang, Michel Roggen (58) brandweerman, Christophe Koopmans (51) verkoopdirecteur bij Breetec alias ‘De Witte’ en Dimitri Flossy (50) accountmanager bij DCM. Door het oog van welke naald zijn zij ontsnapt en hoe kijken zij vandaag naar de wereld?
Annemie: “Ik heb het waarschijnlijk opgelopen op het verjaardagsfeestje van de mama van Michel Reniers. Daar zijn een aantal mensen ziek geworden en twee gestorven, onder wie zelfs de mama van Michel. Hij is zelf trouwens drie keer geopereerd en draagt er nog altijd de gevolgen van. Ik ben op 21 maart opgenomen in het Sint-Trudo ziekenhuis.”
Michel: “Bij de brandweer moest ik de ziekenwagens ontsmetten en waste ik de kledij van de hulpverleners. Op een vrijdagavond werd ik ziek en drie dagen later was ik volledig van de kaart. Op 23 maart werd ik naar het ziekenhuis gebracht.”
Christophe: “Op 7 maart trok ik met enkele vrienden naar een fuif in de GAZO. Daar was een bende skiërs pas terug gekeerd uit Ischgl. Ge kent me he, ik ging hen één voor één de hand schudden. Wist ik veel dat zij besmet waren. De week nadien, op een donderdag, toen ik bij een klant was in Olen, voelde ik mij echt niet goed. Mijn bazin stuurde me naar huis. Daar heb ik zes dagen lang alleen in mijn zetel gelegen. Uiteindelijk telefoneerde ik naar mijn toenmalige vrouw en dochters. Ik weende als een klein kind, zo slecht voelde ik me. Op hun aandringen heb ik dan de ambulance gebeld die me naar het Sint-Trudo ziekenhuis bracht. Daar kwam ik plots in een rollercoaster terecht.”
Dimitri: “Ik heb een zwaar vermoeden dat ik corona opgelopen heb op het carnavalbal van Mechelen-Bovelingen. Op 11 maart ben ik langsgelopen bij mijn huisarts. Hij vond dat ik een griepje had en schreef me wat medicatie voor. De zondag nadien kwam ik om 10 uur ’s avonds echter op spoed terecht in Sint-Trudo. Het was daar akelig stil.”
Dimitri Flossy: “Ik heb een zwaar vermoeden dat ik corona opgelopen heb op het carnavalbal van Mechelen-Bovelingen.”
Weken in coma
Achteraf gezien was dit slechts een voorspel van een bijna neverending story?
Annemie: “Drie dagen na mijn opname in Sint-Trudo werd ik al met de helikopter, geïntubeerd, overgebracht naar Hasselt. Daar lag ik zes weken lang in coma.”
Michel: “Er werd vrij snel beslist om me naar Tongeren over te brengen. Daar verbleef ik zes, zeven dagen lang. Toen deed er zich een probleem voor met mijn nieren en vertrok ik naar Gent. In Gent heeft men mij geïntubeerd. Dat duurde drie weken lang.” Christophe: “Omdat mijn saturatie snel gezakt was tot 62 zeiden ze: Bel uw vrouw en kinderen, we gaan u intuberen. Ik heb hen dan maar gebeld en gezegd: ik ga een beetje slapen he, ze zeggen dat mijn lichaam dit niet meer aankan. Er werd geschat dat ik vijf tot twaalf dagen zou slapen. Uiteindelijk zijn het er 77 geworden.” Dimitri: “De dag na mijn opname in Sint-Trudo werd vastgesteld dat ik corona had en werd ik naar intensieve gebracht en één dag later in coma gelegd. Negentien dagen lang.”
Een idiote vraag misschien: maar wat herinneren jullie zich van die periode in coma?
Annemie: “Ik herinner me nog glashelder dat ik toen met mijn oma heb gesproken die, geloof het of niet, overleden was. Ga terug, zei ze streng. Het moment is nog niet aangebroken voor u om naar hier te komen. Was dat een droom of werkelijkheid, wie zal het zeggen? Ik was er ook van overtuigd dat mijn mama en papa overleden waren. Om te bewijzen dat het niet waar was, heb ik met hen moeten facetimen.”
Christophe: “Ik had fantastische dromen. Ik was lid van de maffia en ik landde met twee geldkoffers op een eiland? Ik had net een Boeing gekocht… Prachtige droom.”
Christophe Koopmans: “Ik had fantastische dromen. Ik was lid van de maffia en ik landde op een eiland met een koffer vol geld.”
Dimitri: “Wat ik vorige nacht gedroomd heb, weet ik niet meer. Maar die dromen van vijf jaar geleden ken ik nog in detail. Ik lag in een ziekenhuis in Borgloon (waar niet eens een ziekenhuis is) en die mannen van de Raad van Elf stonden rond mijn bed. Een andere keer werd ik met een mobilhome naar een après-skiparty gebracht boven op een berg. Op de parking kwam iedereen me goeiedag zeggen. En toen ik in bed lag en naar al die briefies op de muur lag te kijken van mensen die me een spoedig herstel wensten, zei ik tegen de verpleger: Kijk daar eens. Toch sjiek van Kevin van de Griek dat hij me een spoedig herstel wenst, niet? Het eerste wat ik doe als ik genezen ben, is bij hem in het restaurant gaan eten. Wat bleek achteraf? Daar zat geen briefie tussen van Kevin van de Griek!”
Ontsnapt aan de dood
Fantastisch dat jullie er leuke dromen aan overgehouden hebben. Maar eerlijk gezegd: jullie zijn wel door het oog van de naald gekropen, niet?
Annemie: “Ik ben twee keer dood geweest. Alle organen waren stilgevallen en ik kende een volledig hartfalen. Mijn man en mijn kinderen zijn tot twee keer toe geroepen om hen dat te vertellen. Uiteindelijk heeft men mij een inspuiting toegediend en aan mijn man verteld ‘als dit binnen 24 uur geen effect heeft, komt uw vrouw te overlijden’. Gelukkig heeft het resultaat gehad.”
Dimitri: “Van mij deed op zekere dag het gerucht de ronde dat ik dood was, maar daar was niets van aan.”
Christophe: “Ik was nauwelijks een week in het ziekenhuis toen ik superdringend moest overgebracht naar een hart-longmachine. Aken was te ver, Antwerpen zat tjokvol maar uiteindelijk ben ik als bij wonder toch nog binnengeraakt in Leuven. Ze hebben me daar onder politiebegeleiding naar getransporteerd. De prof vertelde me weken later: ‘Ik was stom verbaasd toen ik de deur van de ambulance opendeed. Want ik had nooit gedacht dat jij nog in leven zou zijn’. Mijn zussen hadden dan ook mijn begrafenis al geregeld. Zij hadden beslist van me te begraven op het kerkhof in de grafkelder met mijn mama en papa.”
Jullie hebben het gelukkig overleefd en zijn tot bewustzijn gekomen. Christophe: “Het was moeilijk om dromen van de realiteit te onderscheiden. Zo kreeg ik bijvoorbeeld een telefoontje van Bob Claes. Hij vroeg hoe het met me was. ‘Goed, menne man’, zei ik. ‘Ik zit hier op een feestje’. Bob besefte natuurlijk dat ik er niet met mijn verstand bij was en haakte in.”
Michel: “In Gent hebben ze me wakker gemaakt. Toen bleek dat ik voor 50 procent op eigen kracht kon ademen, verhuisde ik naar de longafdeling vermits ik een dubbele longontsteking had opgelopen. Mijn probleem was echter dat ik niets te drinken kreeg omdat ik niet kon slikken. Na één week kreeg ik ein-de-lijk een glas water. En een paar dagen later zelfs een ijsblokje. Man man, dat was gewoon goud!”
Christophe: “Bij mij was dat een potje ijscrème, het was ook snikheet weer toen.”
Dimitri: “Bij mij een raketijsje. Voordien lustte ik dat niet. Maar nadat ik dat eerste geproefd had, slurpte ik het ene na het andere binnen.” Michel: “Ik had ook een enorm probleem met eten. Die pap die ik voorgeschoteld kreeg, kreeg ik niet binnen. Maar ik had het geluk dat mijn vrouw mijn kleren en mijn medicatie als suikerpatiënt van thuis moest meebrengen. En weet je wat zij klaar speelde? Zij smokkelde een potje choco, wat smeerkaas en salami binnen in mijn kamer. Dat was natuurlijk ten strengste verboden. Tot een verpleger dat ontdekte en me ervan langs gaf. Ik reageerde: ‘Hela menne man, blijf eens uit mijne frigo!”
Annemie Vanderheyden: “Ik zal het nooit vergeten hoe al die mensen me aan dat rondpunt stonden op te wachten.”
Lange revalidatie met vallen en opstaan
Maar dan volgde nog de revalidatie. Dat was geen pretje? Christophe: “Ik werd de eerste keer met een ijzeren verpleegster uit mijn bed getild en mocht vier, vijf stappen zetten. Daarna heb ik drie uur lang geslapen. Wat later ben ik naar Pellenberg getrokken. Tien weken lang. Eén keer stond ik er op dat ik naar huis zou mogen gaan: toen mijn dochter Camille 18 werd. Na héél véél aandringen, heb ik dat verkregen.”
Dimitri: “Ik was negen jaar eerder al in coma beland wegens legionella. Ook nu was het frustrerend omdat ik niet op eigen houtje naar de WC kon. Ik slaagde er ook niet in om die blauwe mannetjes op die speelgoedtoren van Pisa te plaatsen zonder dat ze eraf tuimelden.”
Annemie: “Ik moest wasspelden vastmaken op papier. Mijn god!” Michel: “Ik moest een bekertje opnemen maar ik greep er constant naast. Pfff. ”
En dan kwam het gelukkige moment dat jullie naar huis mochten? Annemie: “Ik zal het nooit vergeten hoe al die mensen me aan dat rondpunt stonden op te wachten.”
Michel: “De eerste die ik tegenkwam toen ik weer buiten mocht komen, was de inmiddels helaas overleden Lon Polleunis. Hij kwam op me af gelopen en gaf me een hand. Ik zei dat hij dat niet mocht, maar hij trok zich daar niets van aan.”
Dimitri: “Eens ik weer op de been was, ging ik wandelen. Ik babbelde dan wat met de koeien van Schuppen in Velm.”
Maar die nare gevolgen van corona sleurden jullie wel mee? Annemie: “Ik had last van mijn gewicht. Die 26 kilo die ik vermagerd was, kwamen er in één klap weer bij. Uiteindelijk heb ik alles onder controle gekregen met de hulp van mijn huisarts en kinesist. Maar ik heb nog altijd pijn aan mijn voeten, benen en handen. Ik kan ’s morgens soms niet op mijn voeten staan van de pijn. Als ik hier geen medicatie zou voor nemen, zou ik vroeg of laat niet meer kunnen stappen.”
Michel Roggen: “Vroeger kon ik tot middernacht tv kijken. Nu moet ik om kwart na negen onder de lakens kruipen.”
Michel: “Vroeger kon ik tot 12 uur ’s nachts naar de voetbal zitten kijken op televisie. Nu moet ik om kwart na negen onder de lakens kruipen.”
Dimitri: “Ik had nog af te rekenen met een dropvoet. Ik ben daar met succes aan geopereerd. Maar ik ben nog altijd snel vermoeid.” Annemie: “Ik denk dat we in ons binnenste toch tien jaar ouder zijn geworden. We recupereren niet zo snel meer he.”
Christophe: “Ik heb zenuwpijnen en moet minstens nog tien keer per jaar naar Leuven.”
Omarm de toekomst
We zijn nu ruim vijf jaar later en iedereen werkt weer maar kan het nog op volle kracht?
Michel: “Dankzij mijn bazen ben ik overgeplaatst naar Hasselt waar ik in de logistiek ben terechtgekomen. Gelukkig hoor, want interventies zou ik niet meer aan kunnen. Mijn linkerlong is nog niet in orde. Maar ik word elke dag om 5u30 wakker, ben om 7 uur op de brandweer en om 16 uur weer thuis.”
Christophe: “Ik probeer normaal te werken. Maar die overdrive van vijf jaar geleden, dat kan ik niet meer aan.”
Zit misschien de schrik er ook in om in hetzelfde schuitje terecht te komen?
Dimitri: “Die schrik zit er nog altijd in. Als ik koorts heb, bereid ik me zelf een cocktail met Brufen en Dafalgan. Dat stelt me gerust. Maar ik zal nooit vergeten dat dokter Lippens tegen me zei: je bent twee keer ontsnapt aan de dood maar de derde keer overleef je het niet.” Annemie: “Die corona heeft me veranderd als mens. Ik heb geleerd om meer te relativeren. Als ik een verkoudheid of een keelontsteking heb, is dat peanuts.”
Hebben jullie misschien toch nog een wens of een gouden raad voor onze lezers?
Christophe: “Stop met onnozele dingen op te blazen en maak van elke dag een feest.”
Michel: “We mogen geen schrik hebben van een nieuwe pandemie.” Dimitri: “Ik hoop dat corona niet terugkeert maar je weet maar nooit.” Annemie: “Mensen die weigeren om zich te laten vaccineren, moeten toch eens goed nadenken.”
En nog een eindejaarswens misschien?
Allemaal samen: “Straks te worden uitgenodigd als VIP op de Yontec Après-ski!”