Wij werken met dagverse producten en dat weten onze klanten te waarderen
Al 600 jaar is de Haspengouw Markt een grote aantrekkingspool voor de hele regio. Klanten blijven van heinde en verre toestromen om dagverse producten naast vele andere artikelen aan te kopen. Het is geen geheim dat voedingsproducten een cruciale rol innemen op de zaterdagmarkt in Sint-Truiden. Wij peilden met enkele marktkramers, Jonas Schroyen (groenten en fruit), Jochen Dignef (kip aan ’t spit), Frank Vandevelde (vleeswaren), Christophe Elen (snoepgoed) en Pascy Monette (kroketten) hoe de succesformule werkt en hoe zij de toekomst van de Haspengouw Markt zien.
Iedereen kent nog wel het levensliedje van Eddy Wally: als marktkramer ben ik geboren, als marktkramer blijf ik bestaan en als ik mijn stem maar laat horen dan komen de mensen aan mijn kraam. “Dat klopt als een bus want ik sta intussen ook al 28 jaar op de zaterdagmarkt en doe het nog steeds met evenveel plezier. De combinatie met mijn andere hobby’s zoals acteren, zingen en optreden als tonredenaar loopt perfect”, steekt Christophe Elen van wal.
Christophe Elen: “Als marktkramer ben ik geboren, als marktkramer blijf ik bestaan.”
“Dan sta ik toch nog een tiental jaren langer op de markt, ik begon als 16-jarige”, lacht Pascy Monette. “Vorig jaar voelden Carla en ik dat we toe waren aan iets nieuws, vandaar dat we onze kramen in groenten en fruit aan Jonas verkochten en op zoek gingen naar een nieuwe uitdaging. Die vonden we in de verkoop van Bubba kroketten met een vuurtoren als originele kraam.” Jochen Dignef uit Zepperen verkoopt al ruim 20 jaar kip aan het spit. “Velen trekken hun wenkbrauwen op als ik het vertel maar ik verkoop zes dagen in de week en doe elke dag twee markten. Als marktkramer in je genen zit, kijk je niet op een uurtje.” “Dat klopt helemaal. Zelf doe ik wekelijks nog maar een zestal markten. Ik lever immers ook aan particulieren en horecazaken en draai hierdoor vele uren in het atelier in Zoutleeuw om alle producten vers te kunnen aanbieden”, weet Frank Vandevelde. “Als jobstudent begon ik op de zaterdagmarkt en leerde Pascy mij de kneepjes van het vak waarna ik in 2020 zijn eerste kraam overnam en nu begin dit jaar zijn tweede. Ook ik sta enorm graag tussen de klanten, dat is mijn leven”, blikt Jonas Schroyen terug op zijn beginperiode.
Het weer bijft een belangrijke factor
Zonnig en aangenaam weer bevordert het bezoek maar extreme omstandigheden zoals hevige regenval, felle wind maar ook een hittegolf zijn nefast voor de opkomst en dan daalt de omzet.
Christophe Elen: “Daar vallen we meteen met de deur in huis. Als er sneeuw ligt, kunnen we niet werken in open lucht, dat is logisch. Maar als het 35 graden is, blijven de klanten ook weg.”
Frank Vandevelde: “Vroeger zei men nogal eens als het in de zomer té warm was: tétten bloot en de commerce is dood. Daar steekt toch wel wat waarheid in.”
Frank Vandevelde: “Tétten bloot en de commerce is dood, daar zit toch wel wat waarheid in.”
Jonas Schroyen: “De eerste weersveranderingen, zoals enkele weken geleden van zomer naar herfst, zijn ook niet echt bevorderlijk voor de verkoop. Het is toch voor iedereen wat aanpassen. Ik weet dat we toen om 10 uur ’s morgens rustig een koffie gingen drinken. Dat gebeurt echt niet vaak.”
Pascy Monette: “Bij regenweer heb je toch duidelijk minder klanten dus ook minder omzet maar het is een feit dat je vaste klanten toch altijd de weg vinden naar je kraam.”
Jochen Dignef: “Dat klopt. Voor mezelf is dat niet zo erg, mensen willen toch graag een stukje kip eten en kijken niet op een regenbui meer of minder.”
Dagverse producten zijn een must
Klanten komen naar de markt voor verse en kwalitatieve producten, en hiermee onderscheiden markten zich van supermarkten. Het draagt mee tot het succes van de marktkramer.
Jonas Schroyen: “Dat is onze grote sterkte. De klanten willen verse voeding. Daarom koop ik alle dagen verse groenten en fruit in. Ik hoor bij mijn klanten dat dit enorm wordt gewaardeerd.”
Christophe Elen: “Dat is inderdaad onze grootste troef. Ik herinner me nog goed toen corona net voor Pasen uitbrak. Ik had toen een grote voorraad paaseieren ingekocht, maar mocht ze niet meer verkopen. Uiteindelijk heb ik ze maar naar de Clarissen gebracht. Gelukkig was die nare periode snel voorbij.”
Jochen Dignef: “Elke dag worden ’s nachts verse kippen geleverd zodat ik om vier uur kan beginnen.”
Frank Vandevelde : “Als je overschot hebt, werp je de producten niet zomaar weg. Dat gebeurt echt niet zo vaak, we kunnen de verkoop goed inschatten dankzij onze jarenlange ervaring.”
Jochen Dignef: “Elke dag worden er ’s nachts in Zepperen bij mij thuis verse kippen geleverd zodat ik om vier uur meteen aan de slag kan.”
Sociale en economische rol
Je kan niet om de veelzijdige impact heen. Er is de ondersteuning van de lokale economie en de sociale interactie wat de lokale gemeenschap versterkt.
Jochen Dignef: “Drie kwart zijn vaste klanten en velen willen dat je tijd maakt voor een praatje. Dat kan natuurlijk maar als je druk bezig bent is het een ander paar mouwen. Rond acht uur ’s morgens lukt dat meestal goed.”
Jonas Schroyen: “Eénzaamheid in de maatschappij steek je niet zomaar weg. Ik hoor vele klanten zeggen dat ze alleen thuis zijn en dan versta ik het wel dat ze naar de zaterdagmarkt komen om mensen te ontmoeten en met de marktkramers een babbeltje te maken. Ik sta daar ook voor open.”
Christophe Elen: “Het is wel leuk dat je een goede mix hebt van alle leeftijden. Ook jonge gezinnen met kleine kinderen hebben de weg gevonden. Dit hebben we voor een groot deel te danken aan Pascal Vossius, die de naam Haspengouw Markt uitvond en ook Shop & The City opstartte.”
Frank Vandevelde: “Je kan er niet omheen dat de zaterdagmarkt een hoogdag is voor de stad. Onze voorzitter, Nico Noppen, vertelde me onlangs nog dat er wekelijks 8.000 klanten op bezoek komen. Uiteraard is dat ook voor de lokale handelaars en de horeca een pluspunt.”
Reclame
Het lijkt alsof marketing, reclame en sociale media nog niet echt ingeburgerd zijn bij de marktkramers.
Pascy Monette: “Daar ga ik niet helemaal mee akkoord. Zelf post ik vele dingen op Instagram en Facebook waardoor ik ook voeling heb met de voorkeur van de klanten.”
Frank Vandevelde: “Vroeger kon je al eens wat gratis weggeven maar de prijzen voor vlees zijn zo gestegen dat daar geen ruimte voor is. Al had ik het zelf ook anders gezien.”
Jonas Schroyen: “Ik zit in een panel van een kookprogramma op TV Limburg ‘Zomergrillen’ en word daar gigantisch veel over aangesproken. Dus het werkt wel hé!”
Christophe Elen: “Voor mij zijn optredens in de theaterwereld ook een vorm van reclame. Op de markten word ik er vaak over aangesproken en iedereen wil wel weten waar ik de komende maanden aan de slag ben en wat ik ga vertellen.”
Jochen Dignef: “Er is nog zoiets als mond-tot-mondreclame. Als je een goed product verkoopt, wordt dat ook snel rondverteld.”
De anekdotes!
Tot slot delen de marktkramers allemaal dezelfde bezorgheid over de toekomst, nl het vinden van geschikt en gemotiveerd personeel. Over de markt in Sint-Truiden zijn ze het ook al roerend eens: er is geen betere plek om verse producten te (ver)kopen dan op de Haspengouw Markt. En bij het laatste rondje op café haalden onze gesprekspartners nog enkele smakelijke anekdotes naar boven.
Christophe Elen: “Je maakt soms iets mee. Vorige week was hier nog een madammeke die een chocoladereep van praliné wenste. Ze betaalde, stak de reep weg, kwam nadien terug, haalde de reep uit haar sacoche én vroeg of die niet vervallen was. Inderdaad, de reep was vervallen maar dat kon niet. Zij had gewoon die vervallen reep eruit genomen en haar nieuwe reep in haar sacoche laten steken om zo een tweede gratis reep mee te nemen. Wat doe je daaraan?”
Jochen Dignef: “Een jonge moeder kwam me melden dat zij 4 kippenbillen had gekocht en daarna in de diepvries had gelegd. Enkele dagen later vond ze in de diepvries een leeg zakje dus dacht zij dat ik haar een leeg zakje had verkocht. Bewijs nu maar dat iemand anders die billen eruit gehaald had! Ik heb ze uiteindelijk toch vier nieuwe meegegeven.”
Frank Vandevelde: “Een tijdje geleden op het einde van de markt in Hoegaarden kwam er een klant vragen om een Bressekip. Ik had er maar ééntje meer over en liet de kip zien. “Heb je geen grotere”, vroeg ze. Ik dacht, ik ga die wel verkopen hé. Ik nam de kip vast, legde ze even onder de toog in een mand en trok de kip aan haar poten en lijf om ze groter te maken. Ik liet vervolgens de kip aan de klant zien. Die zei: geef ze mij nu maar alle twee mee. Daar stond ik!”
Pascy Monette: “Ik verkocht eens kerstbomen. Een man gaf mij 500 frank voor een goed doel, maar wilde zelf geen boom.”
Pascy Monette: Mijn anekdote gaat al een tijdje terug. Ik heb ooit kerstbomen verkocht en had daarvoor een overeenkomst gemaakt met een boer in de Ardennen. Bij aankomst bleek het om meer dan 1000 bomen te gaan. Ik kreeg ze aan de straatstenen niet verkocht en ben dan maar huis-aan-huis gaan leuren om ze kwijt te raken. Wel, bij de eerste waar ik aanbelde kwam een man in pyjama opendoen en die vroeg of het voor een goed doel was, ik zei uiteraard ja. “Hier is 500 frank maar ik moet er gene hebben”, zei hij. Ik heb daarna nooit meer kerstbomen verkocht!”
Christophe Elen: Enkele weken geleden werkte mijn bancontact niet meer. Er waren twee vaste klanten, die wat snoep gekocht hadden, en ik zei hen met een kwinkslag, jullie kunnen ofwel cash betalen ofwel in natura. De oudste antwoordde: doe mij maar in natura.”