De Meyer blikte vooruit naar de match tegen Cercle: “We weten wat ons te wachten staat, een team met veel pressie op de bal en een ongebreidelde duelkracht, bovendien en vooral aartsgevaarlijk op de counter. Neen, we hebben daar niet specifiek op getraind. We hebben onze spelers daar wel herhaaldelijk op gewezen. Intussen weet iedereen perfect wat te doen tegen deze mooie ploeg die mijns insziens een stuk sterker is geworden dan vorig seizoen.”
Frédéric De Meyer: “we genieten en voelen geen druk”
“We hebben een plan”, aldus nog Frédéric De Meyer; “En de groep is klaar om dat plan uit te voeren, zoals ze dat trouwens tot nog toe ook vijf matchen na elkaar hebben gedaan. Neen, wij voelen geen druk nu we aan de leiding staan. Wij genieten er wel van, beseffend dat dit een momentopname is en dat we geen kandidaat kampioen en CL-ploeg zullen zijn. Maar waar we nu staan, staan we toch maar mooi. We gaan onze huid elke match duur verkopen. Voor ons is elke eerstvolgende match belangrijk, de rangschikking niet. Daar focussen we op.”
“We mogen dromen”, heeft Frédéric De Meyer zich intussen de huistaal eigen gemaakt. “Het groot verschil met vorig seizoen is dat we een bijzonder hechte groep hebben, met spelers die voor elkaar door het vuur gaan en elke match hun huid duur willen verkopen. Daar kan iets moois uit groeien. Het komt er nu op aan die positieve vibe nog wat te bestendigen. Te beginnen in Cercle. Het zou de interlandbreak ook een stuk aangenamer maken.”
Rein Van Helden: “Natuurlijk iets extra voor Wouter”
Rein Van Helden bevestigde dat de groep intussen weet hoe ze Cercle het best kunnen aanpakken. “We mogen alleszins niet in hun val trappen zoals Standard dat vorige match deed. We moeten op een verzorgde manier onder de druk proberen uit te spelen en bij balverlies meteen onze opdracht ter harte nemen, individueel en in groep. Rein Van Helden zei ook net zoals elke andere kanarie aangegrepen te zijn door het overlijden van de moeder van de coach. “Natuurlijk zal die gebeurtenis het groepsgevoel verder aanscherpen. Wij geven altijd het beste van onszelf, maar nu is het zeker aan ons om met een goede prestatie en ,hopelijk, een goede uitslag onze coach een riem onder het hart steken. Natuurlijk wel.”