Natuurweetjes over het Winterkoninkje

De winterkoning is één van de kleinste broedvogels in Europa. Met zijn opgewipt staartje en heldere zang is het een opvallende verschijning. De winterkoning broedt vooral in de dichte ondergroei van bossen en tuinen. Hagen, struikgewas, houtkanten, ruige vegetatie en dicht struweel vormen goede nest- en schuilplekken.

© Tony Tachelet

Het nestje van de winterkoning heeft de vorm van een ei dat rechtop staat. De ingang zit aan de zijkant. Aan de buitenkant is het bekleed met mos, binnenin vooral met veren en haartjes. Het mannetje bouwt in het vroege voorjaar verschillende nesten die door het vrouwtje aan een nauwkeurige inspectie worden onderworpen. Ze kiest er dan een uit om in te broeden. Doorgaans maakt een mannetje zo’n zes nestjes per jaar. De helft van de mannetjes houdt er per broedseizoen één vrouwtje op na (monogaam), de andere helft paart met 2, 3 tot 4 vrouwtjes (polygaam).

Bron: Natuurpunt  https://www.natuurpunt.be/pagina/winterkoning