‘Redding zou een mirakel zijn’

Ondanks een puike prestatie bij nummer twee Zwaluw Vechmaal, afgelopen weekend, deelt Sporting Aalst in derde provinciale C de rode lantaarn met FC Vliermaal. Coach Patrick Brugmans hield al langer rekening met een moeilijk seizoen, maar geeft de moed niet op. “’t Is nog vroeg, maar ons redden zie ik toch al als een klein mirakel’, voorspelt de coach.

Patrick Brugmans en Sporting Aalst. Het is een huwelijk dat niet kon uitblijven. De ex-speler van Stade Leuven die eerder ook al onder meer bij Wellen, Herk Sport en Torpedo Hasselt als trainer aan de slag was, begon in 2018 zijn avontuur bij de Truiense club. Wat toen begon als een sprookje, met meteen een titel in 4de provinciale, kende later niet het verhoopte vervolg. Redenen genoeg voor een losse babbel met Patrick Brugmans.

Het begon nochtans allemaal geweldig, Patrick?

Drie seizoenen geleden werd ik gevraagd om Aalst te trainen. Al jaren wilden ze de poort naar 3de provinciale forceren, al jaren ging het in het zicht van de eindstreep mis. Kom naar ons en help ons alsjeblieft uit vierde, luidde het. Ik woon in Aalst, en zag het een beetje als mijn plicht om de mensen te helpen. Zo gezegd, zo gedaan. Samen met Rudi Libens, al jaren mijn vaste T2, sprong ik op de kar. Met succes. Al vanaf het eerste seizoen was het bingo en pakten we na een geweldig seizoen met 85 punten de titel.

Maar dat geweldige seizoen kende blijkbaar geen vervolg?

Toch wel. Ons eerste seizoen in 3de provinciale hielden we vrij makkelijk stand, maar toen begon Corona. De laatste vijf matchen werden niet meer gespeeld. En ons tweede seizoen in die reeks ging helemaal de mist in door corona. Iedereen keek uit naar de heropstart van het voetbal dit seizoen. Maar de voorbereiding liep niet als verhoopt. En dat vertaalt zich nu in onze resultaten. Vier punten uit zeven matchen en een gedeelde laatste plaats.

Een mankolieke voorbereiding, zeg je. Dat vraagt om meer uitleg?

Dan komen we weer bij corona uit. Op een bepaald moment in de voorbereiding kreeg ik te horen dat drie jonge gasten van het bestuur, die mee het sportieve beleid uittekenden, het voor bekeken hielden. Daarnaast gaven ook nog maar liefst 11 spelers aan dat ze zouden stoppen. Kan allemaal verdacht lijken en wijzen naar onvrede, maar dat was hoegenaamd niet in het spel. Corona, nieuwe hobby’s, gezin of werk waren spelbrekers. Maar gedane zaken nemen geen keer, natuurlijk. In aanloop naar de competitie was de tijd te kort om nog te anticiperen. De meeste spelers waren al onderdak.

3 bestuursleden en 11 spelers die stoppen, wat bleef er nog over?

Tot voor dit seizoen had ik de beschikking over een kern van 25 A-kern spelers, aangevuld met 6 spelers uit de A-reserven. Met 31 spelers was het allemaal te doen. Die 11 spelers, die nu stopten, maakten allemaal deel uit van die 25 A-kern spelers. Dan weet je het wel. Zonder anderen te kort te willen doen, de kern die ik nu heb is op alle vlakken veel te smal. Wat overblijft is niet klaar voor de A-kern.  We hebben trouwens alleen nog maar B en C-reserven. Vier of vijf gasten, die stopten, spelen wel nog bij de C-reserven. Ze trainen niet, en spelen dan wel ’s zaterdags af en toe een match. Zij zijn dus geen optie. En zoals je weet hebben we ook geen jeugdploegen. Dus daar moet ik ook niemand gaan zoeken.

Dat ziet er niet goed uit, Patrick?

Opgeven staat niet in mijn woordenboek. Ik kan en zal de mensen in de club zeker ook niet in de steek laten. Moeilijk gaat ook, denk ik dan. Ondanks alle miserie spelen we goed voetbal. Geen enkele keer werden we weggespeeld. Afgelopen weekend, bij Vechmaal, hadden we zelfs altijd moeten winnen maar bleven we steken op één punt. Maar zo is het altijd iets. Langs de ene kant pakken we te makkelijk doelpunten, langs de andere kant scoren we te weinig. Maar ik kan mijn jongens niks verwijten. Hopelijk blijven we in de gegeven omstandigheden gespaard van schorsingen en blessures en keert het tij een keer. Ook al ben ik een realist en besef ik dat ons redden een mirakel zou zijn, ik geloof er nog altijd vol in.