Heel veel amateurclubs in het voetbal ‘ruiken’ miserie

Het gaat niet goed met het amateurvoetbal. Veel clubs, ook in provinciale, staat het water mede door corona aan de lippen. Er zijn ook fusies op komst. “De enige oplossing, vaak; is de krachten te bundelen”, horen we. En verder vernemen we dat redelijk wat clubs de tering naar de nering zullen zetten, terug mikken op jongens van onder de kerktoren om kilometervergoedingen uit te sparen, en aan een zware inleveringsronde beginnen.

Voorzitter Luc Janssen van Spouwen-Mopertingen, toch één van de toonaangevende clubs in onze provincie, luidde als één van de eersten de alarmbel. Daar in Bilzen is trouwens een fusie tussen zijn club en Bilzen-Waltwilderse (eerste provinciale) in de maak. In de maak betekent niet dat ze er al is. Maar de gesprekken zijn volop aan de gang. En binnen een 14-tal dagen weten we meer.Luc Janssen vertelt natuurlijk geen nieuws.

Straffe toebak toch. Want we hebben het hier over een club in tweede nationale en een toonaangevende club in eerste provinciale. Als het boven smeult, dan moet het beneden branden. En dat blijkt ook zo, zeker als er geen loyale geldschieter achter de schermen actief is. Maar bij zo’n man of vrouw al je eieren te week leggen is natuurlijk ook tricky.

Als je hier in Sint-Truiden het voetballandschap vergelijkt met pakweg twee decennia geleden, dan zijn er een pak clubs verdwenen. Anderen, zij het in beperkte mate, zijn gefusioneerd. Intussen heeft Corona toegeslagen. En clubs die het al moeilijk hadden, dreigen nu helemaal overkop te gaan. “Niet alleen financieel”, zegt Luc Janssen, meteen ook één van de weinige voorzitters die erover wil praten, maar ook omdat veel vrijwilligers, vaak boven de 60, afhaken en nog zullen afhaken. Uit angst voor Corona, of omdat ze intussen gewoon zijn aan een leventje zonder de bal.”

We hebben trouwens ook een (anonieme) getuigenis uit Haspengouw, een getuigenis die trouwens op veel begrip wordt onthaald in het wereldje. “We zitten met een heuse baksteen in de maag en weten niet waar deze lijdensweg gaat eindigen”, zegt een penningmeester van een provincialer uit de buurt. “Het was al moeilijk, financieel. Maar mosselsoupers en kienavonden brachten dan soelaas. Nu is alles stil gevallen. We moeten budgetten inplannen maar we weten niet wat komt. Het is als je weg zoeken in een donkere tunnel. Nu, wij hebben besloten om op de rem te gaan staan. Spelers die van ver kwamen hebben we opgezegd en zo sparen we in de toekomst alvast een pak kilometeronkosten uit. Spelers die we willen houden en die willen blijven -altijd met twee woorden spreken- moeten flink gaan inleveren. Het kan niet anders. En dan nog zal het harken worden. Maar risico’s nemen zijn helemaal uit den boze. Wij bestuursleden gaan ons zeker zelf niet uitkleden. Met andere woorden, terug naar de roots van het provinciale voetbal.”