Back to school – Hoe gaan scholen om met het nieuwe normaal

Eind augustus komt snel op ons af en dat betekent dat het bijna tijd is om terug naar school te gaan. Een nieuw schooljaar nadat het vorige heel dubieus eindigde door toedoen van de lockdown. Truineer sprak met Yves Vannijlen, secretaris van ACOD Onderwijs Limburg om te polsen naar de gemoederen in het Truiense onderwijslandschap.

Het schooljaar is fel door elkaar geschud geweest door corona. Heeft de zomer meer duidelijkheid gebracht over de richtlijnen?

Momenteel lopen de onderhandelingen nog. We zien helaas nog steeds veel onduidelijkheid voor de leerlingen maar ook voor de leerkrachten. In het basisonderwijs loopt alles redelijk goed. Zij hebben duidelijkheid over bubbels en kleurcodes gekregen maar in het secundair onderwijs merk ik dat er nog veel vragen zijn.
Wat met leerkrachten die risicopatiënt zijn, bijvoorbeeld? Moeten die thuiswerken en afstandsonderwijs geven?
Het dragen van een mondmasker zal in de klas verplicht zijn maar op de speelplaats niet. Hoe moeten leerkrachten in de praktijklessen het dragen van een mondmasker en de sociale afstand reguleren?
Een bijkomend probleem in het secundair onderwijs is wanneer een kleurcode zou veranderen. Indien er besmetting is moeten de groepen gesplitst worden. Deze groepen komen dan om de week naar school. De een krijgt les op school en de ander moet aan afstandsleren doen. Maar dan moet een leerkracht tegelijkertijd de lessen in de klas en online verzorgen.
Bovendien hebben we nog geen oplossingen voor praktijklessen en stages. Binnen veel opleidingen zijn deze van groot belang maar praktijklessen kan je niet altijd op afstand geven omdat bijvoorbeeld leerlingen bepaalde apparatuur nodig hebben om te leren dat alleen in de school ter beschikking is.
Sowieso zal het nieuwe schooljaar een enorme flexibiliteit vragen van elke leerkracht zowel in het lager, het secundair en hoger onderwijs. 

Merk je ook problemen in het hoger onderwijs? 

In het hoger onderwijs voorzie ik minder problemen. Sommige Limburgse hogescholen stappen over naar een vorm van hybride onderwijs. Een deel wordt in de les gegeven, een deel digitaal en een deel is zelfstudie.

Wat was volgens jou het grootste probleem tijdens de lockdown op vlak van lesgeven?

Ik kreeg steevast klachten binnen over de bereikbaarheid van leerlingen. In deze tijden van sociale media, smartphones en tablets lijkt het alsof alles en iedereen digitaal bereikbaar is en ook heel veel via de digitale weg kan gebeuren. Op vele vlakken is dat ook waar maar je kan niet alles doen op een smartphone. We kregen veel verhalen over leerlingen uit een moeilijke thuissituatie. Daar was vaak geen geld voor een laptop of maar één laptop voor 4 schoolgaande kinderen. Dat heeft tot gevolg dat leerlingen een leerachterstand oplopen wat op zijn beurt ook meer werkdruk op de leerkrachten legt.

Minister van Onderwijs Ben Weyts had toch geld vrijgemaakt om ervoor te zorgen dat elke leerling een laptop ter beschikking zou hebben?

Dat is zo en in theorie was dit een goed plan. Maar in de praktijk zagen we dat er nog vele drempels waren. Scholen kochten laptops aan maar vroegen dan wel een waarborg voor die laptop die kon oplopen tot 600 euro.
Een gezin dat geen geld heeft om een laptop te kopen zal ook niet snel een hoge waarborg kunnen betalen. 

Merk je een verschil tussen ASO, BSO TSO qua moeilijkheden met afstandsonderwijs?

Bij technische en beroepsrichtingen speelt natuurlijk de factor van de praktijklessen mee die moeilijk op afstand gegeven kunnen worden. Maar ook in het ASO merk ik problemen. Theoretische vergen vaak ook extra motivatie om de leerlingen een duwtje in de rug te geven en dit verloopt veel makkelijker in de klas dan via een zoomles.