Karin Van de Velde benoemt 4 werkpunten en is geen voorstander van lokale initiatieven

Callexcell heeft met 110 Vlaamse en 125 Waalse operatoren een groot aandeel in het contingent van 1200 COVID-contracttracers in België. De jongste dagen groeide de kritiek van de experts en politiek op het systeem. Er ontstaan nu als alternatief zelfs lokaal initiatieven. “Maar dat is geen goede zaak”, vindt CEO Karin Van de Velde, die een oproep lanceert. “Laat ons de beloofde verbeterpunten snel samen aanpakken. Want het bestaande systeem werkt in het buitenland. En de operatoren zijn intussen goed opgeleid. Maar dan nog zal de burger verder gesensibiliseerd moeten worden om meer contacten door te geven.”

Karin Van de Velde
© Rudi Eurlings - magazine Den Truineer

Werkpunten uitgelicht
1. 30% van de huisartsen is niet gedigitaliseerd

“30% van de huisartsen is niet gedigitaliseerd. Hierdoor zit er een serieuze vertraging op de data. Want de huisarts is belangrijk in het doorgeven van de data van de besmette persoon aan ons systeem.”

2. Aangevraagde verbeterpunten moeten drastisch versneld worden aangepakt (en dat is beloofd)

“De besproken verbeterpunten zoals het kunnen terugbellen van de operator (02 214 19 19) komt er snel aan. Tot voor kort kon je niet terugbellen als je te laat was om je telefoon op te nemen. Dat euvel is opgelost. Er komt een inboundlijn zodat je kan terugbellen.

Daarnaast gaat het systeem inzetten op regionalisering. Zo zullen wij in Sint-Truiden meer ingezet worden om te bellen naar Limburg. Voorheen was dat ‘random’ en belden we ook naar Knokke of De Panne.

We hebben de opgeleide mensen en de systemen. Laat ons die nu goed gebruiken om de lokale brandhaarden uit te doven. De systeem/gebruiksfouten worden trouwens versneld weggewerkt. Vroeger kon het door fouten in het systeem al een keer gebeuren dat iemand die geregistreerd stond als besmet telefoon kreeg omdat hij contact zou gehad hebben met een besmet persoon. Dat zal niet meer gebeuren.”

3. Gebelde personen geven (te) weinig contacten door

“De burger is de sleutel in het verhaal. Een gebeld persoon gaf minder dan 2 personen door toen onze bubbel nog 4 personen telde. Nu telt de bubbel 15 personen (per week) en geven we nog altijd maar 5 à 6 contacten door. Dat is te weinig. We merken dat mensen schrik hebben om boetes te krijgen, maar die angst is helemaal onterecht. Er wordt niks beboet, ook niet bij inbreuken. Je bent dan best ook zo transparant mogelijk in het doorgeven van je contacten. Goed om weten: je moet al 15 minuten contact gehad hebben met een besmet persoon om risico te lopen, twee meter van elkaar zitten op een terras wordt aanzien als risico 0. Het is dus belangrijk om zelf een agenda bij te houden van je relevante contacten en zoveel mogelijk aan de contacttracer door te geven, inclusief GSM-nummer.”

Archieffoto: Karin Van de Velde tijdens het grote werkgeversdebat in 2018 naast afgevaardigde Monroe en Dr Raf Lippens van het Sint-Trudo Ziekenhuis

4. Sensibilisering zal heel belangrijk zijn

“Een meer doelgerichte sensibilisering en de verbeteringen in het systeem komen nu al bij tot een efficiëntere contacttracing. Dat merken we hier nu al aan de drukte op de werkvloer en aan het feit dat er minder zieke personen worden geregistreerd, iets wat zeker ook te danken is aan het veel testen en het snel isoleren in voorkomend geval.

Ik herhaal dat het een slecht idee is om lokale initiatieven op te zetten. Laat ons dit verder goed aanpakken en iedereen zijn verbeterpunten doorzetten.”