Nieuwe toeristische attractie: bootje varen op de Cicindria

De Cicindria… Vruger stoenk dei as de pest. Ze is zelfs ene kir ontploft. Ma toen haan ve Fedar nog. Na stink ze nog e bietje. En gon ze ze ne no et schent oape gooie. Efkes fantaseire. Een oape beik van Rochendaal tot on et Speilhof. En do buutjes op gelèk in Brugge, of gondels, zoeals in Venetië. Een scoen attrakse, een rondvoart langs verdweine monumente.

Zoe stoem as et pjaad an Kristus

Van de Cicindria een toeristische attrakse moake… Vruger aa dje et ne aat oer botte moete slon. Of dje at zoe zoat as e verreke moete zen. At dje et dan toch gedon, dan woort dje ene grune pour, zoe stoem as et pjaad van Kristus, ene uiverregse, ne van oer ieste leuge geboste, ne blotskop, of ene kèèkop. Of nog erger, dan aan ze oech achter de mur van Ziekere of de Witzusters geplaseird. Dan kwam dje ne mee aat.

De Donau van Sintruin

En na is et toch van da. De Cicindria wit de Donau van Sintruin. Wa minder blauw, iets mier greis, ma och be ves. Witvis, karp, snoek, alles drop en droan. Stel oech vuir da da spel oape lie van Fedar, vruger, tot oan et Speilhof. En da dje in et buutje koent stappe, on et kastiel van Rochendaal in Bevinge of wa do van uiver blif, zo rechtendoar en be wa kroenkels richting Veimerrek. Wa moet de gids dan aat zen kloete slon, vroog ich mich af. Wei, scoen oos stad vandoag dan och is, ee zal et vooral moete ubbe uiver verdweine ‘monumente’. Arei zur.

In ’t goed Vloms, be wa dialek

Welkom op deze tocht over de Cicindria, onze trots, met proper water en eel veel vis, Je ziet ook de skyline van Sintruin. Met de drie toons, waarvan één zonder spits. Verdwenen na de brand, en nooit meer terug gekoame. Kijk ook even naar links, naar rechts, en naar achteren. Rechts zie je nu allemaal houten kisten. In Sintruin zegge ze paloksen. Vruger ston daar Fedar, in et scoon Vlaams Smets-Usé, het stinkfabriek. Verdwenen. Let ook even op uwe rug. Da was et kastiel van Rochendaal. No de brand blijft ook daar weinig van over. Verdwenen dus, weg. Rechts van hetzelfde. Vroeger militair gebied, verdwenen.

Ve zen aroet, op zwoj

Allez, we zijn aroet en schuiven op richting stad. Rechts, de vroeger gebouwe van de BFV. Vruger de kleinste veiling. Nu de grootste en hier verdwenen, verhuisd naar de overkant van de stad. Links Ziekere, oos gesticht, vruger gerund door de Broeders van Liefde, Verdwenen, net als de facade die ervoor moest zorrege da ze niet ritsen waren, of beter gezegd ‘de klote’ op waren. We maken nu een stevige kroenkel naar rechts en zo doorkruisen we het toekomstige Sportpark Haspengouw. Dit wordt een pareltje. Hier is niks verdwenen, hier komt alleen maar bij. Maar het is nog niet af, zoals ge ziet. Daarvoor moet nog iest eel veel water door deze beik lope.

Sinte-Pieter stinkt, Sinte-Matte blinkt

Zo verlaten nu Sint-Pieter en rijden Sint-Marten binnen. Hier is alles nog geleik in de tijd dat mijn bonne nog leefde. Allewel. Vruger zegden ze Sinte-Pieter stinkt en Sinte-Matte blinkt. Sssjt…; Zeg niet dat het van mij komt. Anders oan ze mij murrege op mijn bakkes. O ja, hier op Sinte -Matte is ook veel bijgekomen. Daar aan de linkerkant enkele nachtwinkels. Maar, iets verderop is onze stadsfeestzaal, de Maneidje, wel afgebroken. Verdwenen dus.

De Maneidje… Verdwenen

We varen de Beekstraat binnen. Vroeger een toffe uitgangsbuurt met de Cirque en Op De Beik. Beiden verdwenen. En nu dus een dooj straat. En hier zijn wij in de Abdijstraat. Aan de rechterkant stond de Abdijmolen, verdwenen. Links het gesticht van de Witzusters, verdwenen. En iets verderop, de vroegere Sint-Annakliniek, ook verdwenen. Nog iets verder links. De vroegere site van de Leopold Tennisclub. Voet, eweg, disparu, verdwenen.  Zo zijn we bijna aan het einde van deze pleziervaart. Ja, we zijn wel veel monnemente verloren, maar gelukkig, het staat er vol van, vol als een pensketel. Nu gaan we aan  wal op de Veemerrek. Het kan ier nog stinken, maar ook die is verdwenen. Enfin, minse, tot ene vollegend keer. En vergeet de gids niet, want ook die is seffes aroet. Verdwenen dus.